15
okt
2015

Hoeveel moet de kinderalimentatie nu zijn?

Twee rekenvoorbeelden

De Hoge Raad heeft op 9 oktober jl. antwoord gegeven op de prejudiciële vraag of bij bepaling van de kinderalimentatie rekening moet worden gehouden met kindgebondenbudget inclusief de alleenstaande ouderkop, door dit in mindering te brengen op de kosten van de kinderen of deze tegemoetkomingen mee te nemen bij het vaststellen van de draagkracht van de ontvanger.

Het antwoord is dat zowel met het kindgebondenbudget als met de alleenstaande ouderkop rekening moet worden gehouden bij het berekenen van de draagkracht. Dit betekent dat de draagkracht van de ontvanger van de tegemoetkomingen hoger wordt waardoor deze ouder per saldo een groter aandeel krijgt in de kosten van de kinderen.

Een cijfervoorbeeld met de volgende uitgangspunten:

Twee kinderen: 2 en 4 jaar;
Netto inkomen vader: € 3.500 per maand;
Netto inkomen moeder: € 1.000 per maand;
Kosten kinderen volgens Nibud bij € 4.500 € 1.075 per maand voor 2 kinderen;
Kindgebondenbudget incl. alleenstaande ouderkop: € 406 per maand voor 2 kinderen;
Zorgkorting: 15%

Oude situatie1
In de oude situatie werd het kindgebondenbudget gekort op de kosten van de kinderen.

De kosten waarin de ouders moesten bijdragen kwamen daarmee op € 669 per maand (€ 1.075 -/- € 406). In dit bedrag moesten de ouders naar rato van hun draagkracht delen.

We stellen de draagkracht van moeder op € 50 per maand voor 2 kinderen. De draagkracht van vader wordt gesteld op € 1.103. De totale draagkracht is dan € 1.153 per maand2.

Aandeel vader in de kosten: (€ 1.103 / € 1.153 = 0,96) 96% x € 669 = € 642.
Aandeel moeder in de kosten: (€ 50 / € 1.153 = 0,04) 4% x € 669 = € 27

Bij een zorgkorting voor vader van 15% over het bedrag van € 669 komt zijn aandeel in de kosten van de kinderen op € 542 per maand (€ 642 -/- € 100 = € 542).
In de oude situatie diende vader aan moeder te betalen een bedrag van € 542 per maand.

Nieuwe situatie
In de nieuwe situatie wordt het kindgebondenbudget en alleenstaande ouderkop niet meer gekort op de kosten van de kinderen. Het bedrag van € 1.075 per maand is dus het bedrag waarin de ouders naar rato van hun draagkracht moeten delen.

Met het kindgebondenbudget en de alleenstaande ouderkop wordt in de nieuwe situatie rekening gehouden bij het berekenen van de draagkracht van moeder. Zij is immers degene die de tegemoetkomingen ontvangt.

De draagkracht van vader blijft € 1.103 en de draagkracht van moeder wordt nu € 127 per maand, omdat de tegemoetkomingen ad. € 370 per maand worden opgeteld bij haar inkomsten. Naar verhouding van draagkracht dient de vader nu 90 % van de kosten voor zijn rekening te nemen en de moeder 10%.

Aandeel vader: 90% x € 1.075 = € 967
Aandeel moeder: 10% x € 1.075 = € 108

Ook in de nieuwe situatie heeft de vader recht op een zorgkorting van 15% over de kosten van de kinderen. De vader mag nu € 161 voor 2 kinderen aan zorgkorting in mindering brengen op zijn aandeel in de kosten. De zorgkorting wordt hoger, omdat het percentage wordt berekend over het totale bedrag aan kosten (waarop nu geen kindgebondenbudget meer in mindering wordt gebracht). Per saldo moet de vader nu een bedrag van € 806 per maand aan kinderalimentatie betalen.

1 Alle bedragen zijn fictief en enkel illustratief voor de uitleg van de systematiek.
2 De draagkracht wordt berekend volgens de volgende formule: Voor de vader: 70% [NBI – (0,3 x NBI + 875)]. Voor moeder geldt een minimale draagkracht van € 50 voor 2 kinderen (omdat haar inkomen lager is dan € 1.275).

Volg De Boorder Schoots op Twitter

Volg @dBoorderSchoots op twitter.

 © 2018 De Boorder Schoots Algemene voorwaarden
Webdesign: JHmedia