4
aug
2017

Het recht op zelfbeschikking van een 12-jarige

HET RECHT OP ZELFBESCHIKKING VAN EEN 12-JARIGE : wel beslissen over medische behandeling maar niet bij wie je mag wonen na scheiding?

Door Nynke Weening

Als ouders gescheiden zijn, samen het gezag hebben over hun kind en het niet eens worden over een belangrijke kwestie van hun kind, dan kunnen ze de rechter vragen de “knoop door te hakken” (art. 1: 253a BW). De geschillen tussen de ouders kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op een schoolkeuze of de hoofdverblijfplaats. Ook kan een ouder, wanneer de andere ouder geen toestemming verleent voor een medische behandeling van het kind, de rechtbank vragen om vervangende toestemming te verlenen voor de behandeling.

Bij echtscheiding worden kinderen van 12 jaar of ouder door de rechter gevraagd hun mening te geven over bij wie ze zouden willen wonen. Dit “hoorrecht” van het kind staat in de wet. Als de rechter moet beslissen over de hoofdverblijfplaats van het kind, neemt hij de mening van het kind mee in de te maken belangenafweging, maar deze is niet van doorslaggevend belang. De uiteindelijke beslissing van de rechtbank kan dus afwijken van de wens van het kind.

Opvallend in deze, zijn twee recente uitspraken van de rechtbank Amsterdam (kort geding) en de rechtbank Noord-Holland van 15 mei 2017. In beide zaken waren de ouders het niet eens over het wel/niet uitvoeren van een medische behandeling bij hun kind. De kinderen (12 resp. 11(!) jr.) werden door de rechter gevolgd in hun wens;

  • geen verdere (chemo) behandeling na een operatie en radiotherapie van een hersentumor; en
  • de uitvoering van een operatie met als doel groeireductie.

Het vonnis van de rechtbank Noord-Holland is in hoger beroep in stand gebleven (Gerechtshof Amsterdam van 11 juli 2017).

Voor de uitvoering van een medische behandeling van een kind van 12 jaar of ouder is de toestemming van het kind vereist en -in beginsel- de toestemming van de gezaghebbende ouders. Het kind heeft het recht zijn toestemming te weigeren. Daarnaast geldt dat als het kind de operatie blijft wensen, de behandeling zónder de toestemming van de ouders uitgevoerd kan worden. Op het wettelijk uitgangspunt dat het kind én de ouders toestemming moeten geven voor een medische behandeling kan dus een uitzondering worden gemaakt (art. 7:450 lid 2 Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst). Indien de minderjarige en diens ouder van opvatting verschillen, is de wens van de minderjarige leidend.

Uit recente uitspraken kan geconcludeerd worden dat het recht van een kind in zaken over een medische behandeling verder strekt dan het hoorrecht bij zaken over de hoofdverblijfplaats van het kind. De stem van het kind van 12 jaar of ouder is er dan één met een zeer zwaarwegend karakter. Zelfs wanneer het om een levensbedreigende situatie gaat.

Dit is bijzonder. Een kind kan vanaf zijn 12e levensjaar beslissen over leven of dood. Daar tegenover staat het een kind van diezelfde leeftijd niet vrij om te kiezen waar hij na de scheiding van zijn ouders zijn hoofdverblijfplaats wil hebben.

Volg De Boorder Schoots op Twitter

Volg @dBoorderSchoots op twitter.

 © 2017 De Boorder Schoots Algemene voorwaarden
Webdesign: JHmedia