Kinderen / Ouderschapsplan


Na de echtscheiding houden beide ouders volgens de wet het gezag over hun minderjarige kind(eren). In uitzonderlijke gevallen kan de rechtbank slechts één ouder met het gezag belasten.

De wet schrijft voor dat als ouders uit elkaar gaan of willen scheiden, zij een ouderschapsplan dienen op te stellen waarin zij afspraken maken over de verdeling van zorg-en opvoedingstaken en overige zaken aangaande de minderjarige kinderen. In het kader van een echtscheiding zal moeten worden bepaald bij welke ouder de kinderen in de toekomst zullen gaan wonen. De kinderen hebben recht op omgang met de ouder bij wie zij niet wonen. De ouders kunnen die omgang naar eigen inzicht invullen. Als ze het daarover niet eens worden, zal de rechtbank vaststellen hoe de verdeling van de zorg-en opvoedingstaken er uit dient te zien. Het belang van de kinderen staat daarbij altijd voorop.


Beide ouders zijn volgens de wet verplicht om naar rato van hun financiële draagkracht bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind(eren). De hoogte van deze kinderalimentatie is afhankelijk van het netto inkomen dat de echtgenoten in de laatste periode van hun huwelijk maandelijks te besteden hadden en de draagkracht van de ouders ná de echtscheiding. Voor de vaststelling van de kinderalimentatie hanteert de rechter speciaal daarvoor ontwikkelde normen, die ook wel de “Tremanormen” worden genoemd. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van tabellen die door het NIBUD zijn opgesteld. De verplichting tot het betalen van kinderalimentatie duurt in principe tot het 21e jaar van het kind. De kinderalimentatie wordt jaarlijks met een wettelijk indexeringspercentage verhoogd. De ontvanger hoeft geen belasting over de kinderalimentatie te betalen. Voor degene die kinderalimentatie betaalt, geldt een forfaitaire fiscale aftrek.


Zie voor media: Marjoleine de Boorder over het ouderschapsplan in het Algemeen Dagblad