Gemeenschap van goederen

Huidige wetgeving

Indien mensen geen huwelijkse voorwaarden zijn overeengekomen, zijn zij in gemeenschap van goederen gehuwd. Dit betekent dat de echtgenoten alle goederen delen en alle schulden samen dragen, ongeacht of deze voor of tijdens het huwelijk zijn verkregen of zijn aangegaan. Ingeval van echtscheiding dient de gehele gemeenschap van goederen bij helft te worden gedeeld. Dat betekent dus dat enerzijds het vermogen dat tijdens het huwelijk is verworven in de gemeenschap valt en anderzijds het vermogen en de schulden van voor het huwelijk in de verdeling worden betrokken.

Een uitzondering geldt voor zogenaamde “verknochte goederen en schulden”, deze vallen namelijk niet in de gemeenschap. Een voorbeeld hiervan kan zijn een smartengelduitkering. Wij kunnen u hierover nader informeren. Ook kan het voorkomen dat bepaalde erfenissen of schenkingen niet tot de gemeenschap van goederen behoren. Zo kan een erflater in zijn testament opnemen dat wat hij wenst na te laten, niet in een gemeenschap valt (zogenaamde “uitsluitingsclausule”). Ook de schenker kan dit bij de schenking bepalen.

Nieuwe wetgeving: beperkte gemeenschap van goederen

Op 28 maart 2017 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het initiatiefwetvoorstel van Tweede Kamerleden VVD, D66 en PvdA om de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken. De wet zal vermoedelijk op 1 juli 2017 of 1 januari 2018 in werking treden.

De nieuwe wetgeving gaat uit van een beperkte gemeenschap van goederen.  Wat de echtgenoten aan goederen en schulden hadden voor het huwelijk valt niet meer in de gemeenschap, tenzij deze reeds gemeenschappelijk waren bij het ontstaan van de gemeenschap, zoals een gemeenschappelijk woonhuis. Ook erfenissen en schenkingen vallen niet langer meer in de gemeenschap, tenzij de erflater/schenker een insluitingsclausule heeft opgelegd. Wanneer een echtgenoot tijdens het huwelijk met zijn kennis, vaardigheden en arbeid inspanningen pleegt ten behoeve van vermogen dat niet tot de gemeenschap behoort, moet het resultaat van deze inspanningen ten goede komen aan de gemeenschap. In dat geval ontstaat er een vergoedingsrecht ten gunste van de huwelijksgemeenschap. De omvang is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Heeft één van de echtgenoten dus voor het huwelijk al een BV, dan vallen de aandelen van die BV niet in de gemeenschap. De waarde toename vanaf het huwelijk ten gevolge van de arbeidsinspanningen van de onderneming dient echter te worden vergoed aan de gemeenschap. De grondgedachte achter deze regeling is dat de echtgenoten de vruchten van arbeidsinspanningen gedurende het huwelijk samen delen. Wij voorzien aanzienlijke uitvoeringsproblemen met deze bepaling.

Het wetsvoorstel geldt na inwerktreding ervan alleen voor huwelijksgemeenschappen die nadien ontstaan.

Wij adviseren toekomstige echtelieden om zich grondig te laten adviseren omtrent de juridische gevolgen van het wetsvoorstel.

 Advies

Mocht u verwikkeld zijn in een op handen zijnde echtscheiding, dan zullen wij uiteraard met u bespreken of de door u gewenste verdeling haalbaar is en of er fiscale haken en ogen aan kleven. Als een van beiden bijvoorbeeld de koopwoning wil overnemen, is het verstandig om een taxatie te laten verrichten en te onderzoeken of de bank meewerkt aan deze toedeling van het huis aan een van beiden. Als er een onderneming in de gezamenlijke boedel valt, wordt in het algemeen een fiscalist en/of een business valuator benoemd om tot een waardering te komen. We werken samen met een aantal kundige financieel specialisten, die wij voor u kunnen raadplegen, ook als het tot een procedure komt.

Actualiteiten

Volg De Boorder Schoots op Twitter

Volg @dBoorderSchoots op twitter.

 © 2017 De Boorder Schoots Algemene voorwaarden
Webdesign: JHmedia