8
okt
2018

Waarom je als ondernemer nooit in gemeenschap van goederen moet trouwen

Door Martine Gunter

Als je trouwt en niets regelt, dan trouw je in een beperkte gemeenschap van goederen.  Vermogen en schulden die je al hebt bij de aanvang van het huwelijk blijven ook na het huwelijk privé. Net als erfenissen en schenkingen die de partners tijdens het huwelijk krijgen. De beperkte gemeenschap kent dus drie vermogens: de privévermogens van de respectievelijke echtgenoten en een gemeenschappelijk vermogen. Uitsluitend wat de echtgenoten tijdens het huwelijk samen opbouwen valt in de gemeenschap.

Voor ondernemers met een eenmanszaak of personenvennootschap (vof, maatschap) is het vaak wel duidelijk dat het heel belangrijk is om niet in gemeenschap te trouwen. Als er geen huwelijksvoorwaarden zijn aangegaan is zijn of haar partner niet (volledig) beschermd tegen het ondernemersrisico. Ook al valt het privévermogen van de andere partner buiten de gemeenschap. Tijdens het huwelijk zullen de partners immers vermogen opbouwen door de inspanningen van beide echtgenoten en daarop zullen de schuldeisers van de eenmanszaak zich wel kunnen verhalen. Alleen dit is al een reden om huwelijksvoorwaarden op te stellen.

Ook een directeur-grootaandeelhouder van een B.V. doet er echter verstandig aan om voordat hij in het huwelijk treedt, eerst een bezoek aan de notaris te brengen. Het feit dat de aandelen die hij in de BV heeft ook na het huwelijk privé blijven betekent namelijk niet dat zijn onderneming bij een echtscheiding volledig buiten beschouwing blijft.

Het uitgangspunt van het stelsel van de beperkte gemeenschap is – zoals gezegd –dat wat gedurende het huwelijk wordt verdiend in de gemeenschap valt en moet worden gedeeld. Daarom is in de wet bepaald dat een onderneming die buiten de gemeenschap valt een ‘redelijke vergoeding’ verschuldigd is aan die gemeenschap. Zodat het resultaat van de onderneming die kan worden toegerekend aan de arbeidsinspanningen van een partner, gedurende huwelijkse jaren met de andere partner wordt gedeeld. De gedachte is dat als de partner een gewone baan in loondienst had gehad, zijn loon ook in de gemeenschap was gevallen.

Daarom moet bij echtscheiding worden beoordeeld of er tijdens het huwelijk sprake is geweest van een redelijke vergoeding voor de voor de onderneming aangewende kennis, vaardigheden en arbeid. Als dit niet het geval is geweest, dan moet er alsnog verrekend worden: het overgespaarde inkomen dat aanwezig is in de onderneming (is opgepot) moet verrekend worden.

De wetgever is niet duidelijk over de vraag wat onder een ‘redelijke vergoeding’ moet worden verstaan. Het is een open norm. Het vergoedingsrecht is variabel en hangt af van de concrete omstandigheden. Het is gekoppeld aan hetgeen kan worden toegerekend aan de door de ondernemer aangewende kennis, vaardigheden en arbeid, waardoor ook de waardestijging van  de aandelen (BV) tijdens het huwelijk een rol kan spelen.

Dus ook al valt je onderneming niet in de gemeenschap dan kan het toch zo zijn dat bij echtscheiding met de andere echtgenoot moet worden afgerekend. Zelfs als je als ondernemer jezelf gedurende het huwelijk een marktconform salaris hebt uitgekeerd.

Bij echtscheiding is het dus de vraag wat een redelijke vergoeding is en of hieraan tijdens het huwelijk is voldaan. Als partijen er niet uit komen en dat is in onze ervaring (zeker bij zo’n open norm) heel vaak het geval, dan moet de rechter de vergoeding vast stellen. Een juridische procedure is vaak heel kostbaar en kost vaak veel tijd.

Om te voorkomen dat je als ondernemer bij echtscheiding in deze onzekere situatie komt is het dus verstandig om huwelijksvoorwaarden op te stellen.

 

Volg De Boorder Schoots op Twitter

Volg @dBoorderSchoots op twitter.

 © 2018 De Boorder Schoots Algemene voorwaarden Privacyverklaring
Webdesign: JHmedia